Categoria: Da vedere

  • Chiesa S. Emiliano – Fonte battesimale

    Italiano.gif (234 byte)
    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Fonte battesimale, XV sec.

    Werk uit de 15de eeuw, die volgens de getuigenis van kroniekschrijver Francesco Mugnoni, uit de kerk van San Martino werd gehaald samen met de kapitelen die buiten aan de deurstijlen staan.

    Bij de reconstructie van 1893 werd het in de eerste apsis, in de nabijheid van de kleine poort ondergebracht.

    De huidige plaatsing in de centrale apsis dateert uit 1969.

    Vertaling en Bewerking Ludo De Graef – Antwerpen 2010

    VISITA GUIDATA Ritorna alla pagina Chiesa S. Emiliano Ritorna alla pagina MONUMENTI Ritorna alla pagina CHIESE Ritorna alla paginaSant’EMILIANO

    Note

    1)Era in dicta ecclesia el baptismo, ché antiquamente lì se baptizava: poy fo conducto ad santo Miliano” – Annali….. pag. 123

  • Chiesa S. Emiliano – Cantoria

    4. Rappresentazione pittorica della passione
    di S. Emiliano

    giubil03.JPG (5965 byte)

    itinerario giubilare

    De martelingen van S. Emiliano Italiano.gif (234 byte)

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Scene del martirio di S. Emiliano.

    Op de oude 16de eeuwse zangertribune, boven de hoofdingang, zijn verschillende scènes van het martelaarschap van de heilige afgebeeld. Zij zijn afgebeeld in 7 panelen in olieverf op hout.

    Zij zijn goed bewaard ook al zijn in sommige panelen enkele krassen of scheuren te bemerken, die de integriteit ervan niet in vraag stellen.

    De kleuren zijn nog briljant.

    Men kent de exacte datum van uitvoering van het werk niet, maar voorzeker gaat het terug ten minste tot na 1660, wanneer de cultus van San Emiliano een nieuwe revival kende, te wijten aan het ontdekken van de relikwieën van de martelaar in de dom van Spoleto.

    De naam van de schilder is niet bekend. Naar aanleiding van het onderzoek van de menselijke figuren, alhoewel elegant in hun kleine en compacte vorm, kan men argumenteren dat het geen grote meester was maar zeker een goede amateur.

    Alle episodes van de marteling zijn beschreven in PASSIO SANCTI MILIANI MARTIRIS, die het oudste document in verband met S. Emiliano is. Van de Passio bestaan twee codexen: één in Montecassino, gedateerd tussen de 9de en 10de eeuw en één in de Dom van Spoleto uit de 12de eeuw. Men denkt dat het kopieën zijn van andere codexen uit de 5-6de eeuw.

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano, fustigazione.
    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano, supplizio del cavalletto

    Het linker paneel stelt de geseling van de heilige voor. Deze staat sereen in het centrum van de afbeelding,

    omgeven door vier beulen . Op de achtgergrond het mooie perspectief van een groot en breed portiek.

    De volgende scene is een enigszins vrije interpretatie van een foltering met een doorn, zoals beschreven in de Passio. De martelaar ligt uitgestrekt op een statief met handen en voeten gebonden met touwen die gespannen gehouden worden door twee beulen die de lieren bedienen. Een derde beunhaas is bezig de flanken van de heilige te bewerken met twee toortsen, waarvan er evenwel één gedoofd is door de goddelijke tussenkomst.

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano, supplizio del piombo bollente.

    Het centraal paneel stelt de heilige omgeven door de leeuwen van het circus voor. Vier wilde beesten bevinden aan de voeten van de Heilige Emiliano, die afgebeeld is met de kostbare mantel en de bisschopsmijter. Vanop de toeschouwersplaatsen van het circus vertonen zich groepen toeschouwers.

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano. Il Santo tra i leoni.

    Hier wordt de marteling met gesmolten lood afgebeeld.. De heilige wordt in een grote ketel ingedompeld, terwijl twee beulen het vuur aanwakkeren. Op de linker achtergrond een klassiek beeld die één van de heidenen simboliseert, aan wie onze martelaar weigerde eer te bewijzen ten koste van zijn leven.

    Bij de schaare iconografie van S. Emiliano weerhouden alle aangepaste scenes deze episode, die in het algemene idee de klassieke marteling van de Christenen voorstelt.

    Interessant is ook de verwijzing naar het circus of het theater in Trevi, andere getuigenis dan in de Passio en in andere literaire en iconografische bronnen.

    Daarom is deze episode van de marteling een gezaghebbende historische getuigenis geworden,ook al is de historische getuigenis niet het doel van de Passie, alleen voor de spirituele opvoeding van de lezers bedoeld.

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano. Il Santo gettato nel Clitunno.

    Bij deze episode van de Passio is een referte naar dit gebied met de beschrijving van de de poging tot verdrinking van de heilige in de Clitunno ( de stroom Cleoton).

    Inderdaad hebben in de middeleeuwse mentaliteit de heilige patroon en de beschermde stad zich diep en wederzijds met elkaar geindentifiseerd, zozeer dat zeggen “van S. Emilano” gelijk was met het zeggen “trevaans of betreffende Trevi”.

    De Clitunno is een sterk karekteristiek element van het Trevaans gebied want het is de belangrijkste eeuwige waterweg, die hier liep en was een exclusieviteit van Trevi, waar hij op het gemeentelijk gebied ontsprong en bij het verlaten van het gebied van naam veranderde en in een artificieel bekken vloeide.

    Het landschap op de achtergrond is interessant . Links , op een heuvel met steile flanken, verschijnt een ommuurde stad, die zou kunnen geidentificeerd worden als Trevi: een spitse campanile en vierkante toren steken af. In het centrum , in de verte, een grote stad, waarschijnlijk Spoleto met vele torens.

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano, supplizio della ruota.

    Hier wordt de martelaar voorgesteld in een wiel. De Heilige nog steeds met een sereen uiterlijk is vastgebonden aan een groot wiel, dat de beunhazen bezig zijn van een steile klif te storten.

    Ook deze episode, vertelt de Passio, eindigt met de overwinning van de heilige die er ongedeerd van af komt, terwijl het wiel, afwijkend van zijn traject, een slagveld maakt van de heidenen.

    Op de achtergrond ziet men de sporen van een stad, gelijk aan die uit de vorige scene, vermoedelijk te identificeren als Spoleto.

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Emiliano. Cantoria. Martirio di S. Emiliano, decapitazione presso l'olivo.

    De laatste scene stelt de heilige voor vlak voor de onthoofding. Hij zit aan de voet van een olijfboom met gebonden handen en een knie op de grond. De beul aan de linkerkant staat met het zwaard om de slag toe te brengen, terwijl aan de rechterkant een personnage in het pak van een Romeinse soldaat het bevel geeft met een een handgebaar.

    Deze dramatische scene is interessant omwille van de verschillende elementen van het landschap: in het centrum de olijfboom, vemeld in de Passio, rechts de kerk van Bovara – te herkennen door de campanile met koepel, ook door een kras lelijk gemaakt, en hoger op een heuvel een ander romaanse kerk met gewelf.

    De olijfboom is deze die door de traditie, zich sinds onheuglijke tijden, il Piantone di San Emiliano noemt.

    Het kerkje op de heuvel zou Croce Alta, ook La Cura, kunnen voorstellen, heden op het kerkhof van Lapigge of zonder meer S. Arcangelo, een stad veel hoger op de berg dan het perspectief van de schilderij toont, maar aan de bogen en poorten die op de linker muur te zien zijn, zou het makkelijk kunnen vereenzelvigd worden met de

    laatste.

    Al deze kerken die na de periode van het werk zijn gewijzigd, zijn niet erg gelijkend meer op deze die de schilder ziet.

    Dit werk is historisch interessant niet alleen voor de historische en topografische verwijzingen hierboven beschreven, maar ook omdat het getrouw de beschrijving van de Passio weergeeft, eigenlijk om aan de geest van de toeschouwer, ook door spirituele opbouw, de ogendblikken van de passie en de dood van de martelaar opnieuw op te roepen.

    Het parallelisme met de passie van Christus is uiterst levendig vanaf de eerste scene die de geseling aan de kolom voorstelt.

    In de laatste afbeelding herinnert de notabele met de traditionele kledij van de Romeinse soldaten in de klassieke weg naar het kruis aan de honderdman van de kruisiging.

    Een ander interessant element zijn de verschillende personen uit de omgeving met uitdrukkingen van opmerkelijke onverschilligheid of verbiijsterende nieuwsgierigheid en zeker niet afschikking of medelijden. Zij schijnen niet een afgrijzelijk foltering maar een serene afwerking van een rite bij te wonen.

    In alle scenes , op uitzondering van de eerste, is de Goddelijke aanwezigheid weergegeven, meestal met een lichtstraal, die uit een wolk neerdaalt.

    Vertaling en Bewerking Ludo De Graef – Antwerpen 2010

    VISITA GUIDATA Ritorna alla pagina Chiesa S. Emiliano Ritorna alla pagina MONUMENTI Ritorna alla pagina CHIESE Ritorna alla paginaSant’EMILIANO

    107

  • Chiesa di S. Francesco (Netherland)

    giubil03.JPG (5965 byte)

    itinerario giubilare

    De Kerk van S. Francesco

    Italiano.gif (234 byte)

    (di Carlo Roberto Petrini)

    EERSTE FRANCISCAANS VERBLIJF

    Note

    1) Wanding, Annales Minorum, 1, 153. Jacobilli, Vita dei Santi, cap. 51, f.104, tomo 3, f. 60. Iacobilli, Cronaca di Sassovivo, cap. 51, f. 227.
    2) Aurelio Bonaca, Le memorie francescane di Trevi, Firenze 1926, p. 6.
    3) Durastante Natalucci, Historia Universale dello Stato Temporale ed Ecclesiastico di Trevi,1745, a cura di Carlo Zenobi, Foligno 1985.

    4) A.Bonaca, Le memorie …, p. 28.

    5) C. Zenobi, Il Monastero di Santa Chiara in Trevi, ms. 1994, p.8; Angelo Niccacci, Il Convento di San Martino in Trevi, ms. 1997, pp. 21-22
    6) Enrico Guidoni, La città dal Medioevo al Rinascimento, Bari 1981, pp. 123-158.

    7) A. Bonaca, Le memorie…, pp.28.

    8) A. Bonaca, Le memorie…, pp.28-29.

    9) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 53-733.

    10) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 1130-1131, 1160-1161.

    11) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 184-185.

    12) C. Zenobi, Storia di Trevi 1746-1946, Foligno 1987, pp. 120-122.

    Als je een overzichtfoto van Trevi bekijkt, kan je bemerken dat het Franciscaans Complex, kerk en klooster, gelegen aan de noordzijde tussen de Romeinse en de middeleeuwse ommuring, een belangrijk deel van het historisch centrum inneemt.

    De oorsprong van de plaats, die volgens de overlevering door dezelfde S. Franciscus gesticht is, gaat terug tot 1213 (1) het jaar waarin de Heilige tot de bevolking van Trevi predikte op de Piazza del Comune. In de “De Conformitate” van Pisani wordt verteld dat, terwijl S. Franciscus sprak, een ezel met gebalk de toespraak stoorde en op verzoek van Franciscus “ Broeder ezel, wees stil en laat mij toe te prediken tot het volk” de ezel neerknielde met het hoofd tussen de knieën en in stilte bleef. (2)

    Een eerste Franciscaanse nederzetting in Trevi wordt vermeld in een Breve (Pauselijke nota) van Alexander IV uit 1258. Het klooster wordt ook vermeld in de Pauselijke Bul van Honorius IV uit 1285 (3), waarmee de Paus de Guardiaan (=overste van een Franciscanerklooster) belast om voor de Trevani die Perugia, opstandig tegen de kerk, in de oorlog tegen Foligno geholpen hadden (4), de excommunicatie op te heffen. Dergelijke belangrijke opdracht, waarbij de Guardiaan verkozen werd boven de andere kerkelijke autoriteiten van de plaats, maakt duidelijk dat het klooster een zekere belangrijke positie bereikt had. Hieruit dient men te onthouden dat de aanwezigheid van het klooster dateert, ook leefde S. Franciscus niet meer, van een weinig na zijn dood, zodat de 27 jaar tussen de Breve van Alexander IV uit 1258 en deze van Honorius IV uit 1285, een te korte periode zijn om er een noemenswaardige belangrijkheid aan te geven. (5).

    Het is genoteerd dat van 1285 af het klooster zijn belang had binnen de middeleeuwse stad (6)

    De Franciscaanse orde werd goed ontvangen door de bevolking zodat het vanaf het begin met de Comune meewerkte ten einde de vrede tussen de verschillende delen van de stad te garanderen en te behouden; door hun sociaal engagement en bemiddeling genoten de Fraters een groot vertrouwen en prestige, zozeer de gemeentelijke leiding steeds de broeders erkentelijk was met overvloedige giften, aalmoezen en hulp. Ieder jaar gaven zij hen geld voor de pijen en kwamen tussen in de kosten van enkele religieuze feesten (7). In 1277 gaf de Comune hen water met de constructie van een aangepaste kanaal (aptum et bene preparatum ad aquam ducendam), een voordeel dat alleen aan personen van grote waarde en een speciale aandacht waard, gegeven werd (8)

    Aan de Fraters van S. Franciscus werd één van de drie sleutels, die de belangrijke documenten van de Gemeenschap afsloten en die bewaard werden in het archief, “Notitie van de Drie sleutels” genoemd, toevertrouwd(9). Het klooster bewaarde een belangrijke bibliotheek die in 1469 verrijkt met de Medicinale teksten, geschonken door de Trevaanse dokter Berardo Mazzieri, die de kloosterbibliotheek zijn patrimonium waardig achtte. Berardo Mazzieri was arts van Paus Eugenio IV en Niccolo V. Hij werd verplicht te vluchten omdat het beschuldigd werd Malatesta Baglioni, van wie hij de vertrouwensarts was, te hebben vergiftigd. (10)

    Het belang van het klooster werd nooit minder zodat de Provinciale Kapitels van 1544 en 1566 er gehouden werden. Tijdens het eerste ervan delibereerden de gemeentelijke leiders erover aan de Fraters una coppa di grano ed una soma di vino (een beker graan en een hoeveelheid wijn) te geven. Door de Comune werden ook in 1648 donaties gedaan voor de heropbouw van het klooster (11).

    Door het decreet 28 mei 1810, dat volgde op de aanhechting van de Kerkelijke Staten bij het Franse Keizerrijk, werden kloosters, abdijen en kerkelijke corporaties opgedoekt. De Fraters verlieten hun klooster en keerden er nooit weer. Het archief en de bibliotheek werden volledig verspreid

    (12)

    .

    DE KERK

    13) Silvestro Nessi, Trevi e dintorni, seconda edizione, Trevi 1991, p.24.

    14) L’iscrizione è stata letta per la prima volta dal prof. Silvestro Nessi sul calco fatto da Giuseppe Zenobi in occasione della costruzione dell’impalcatura per il restauro della controfacciata.

    15) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 175. S. Nessi, Trevi e …, p. 24.

    16) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c.175.

    17) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 746.

    18) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 809.

    19) C. Zenobi, Storia di Trevi, p. 315.

    20) C. Zenobi, Storia di Trevi, pp. 201,315-316,341.

    De eerste kerk die deel uitgemaakt zou hebben van het klooster was de Romaanse kerk van Sancta Maria, waarover wij getuigd hebben in het grafschrift, heden ingemuurd in de kroonlijst van het timpaan of gevelveld van de oostelijke muur (13). Het grafschrift omlijst een kruis met bloemversiering en is: MAG(iste)R ANGELO FECIT HOC OP(us) AN(n)O D(omi)NI MCCLXVIII M(en)SE MAII. AVE MARIA GRA(tia plena) DOMIN(us) TECU(m) B(e)N(e)D(i)CTA TU. (14)

    Vertaling: MEESTER ANGELO MAAKTE DIT WERK IN HET JAAR DES HEREN MCCLXVIII (1268) IN DE MAAND MEI. WEES GEGROET MARIA, VOL VAN GRATIE, DE HEER ZEGENE U.

    Van deze kerk blijven nog enkele delen van de oostelijke deel van de gevel, ingecorporeerd in de actuele muur van de achterkant van de kerk, bedekt met een coulisse (doek) van Valadier.

    Van de originele voorgevel blijft het muurgordijn in locale kalksteenblokken, het portaal en afdekking van de rozet, die daarop op de huidige positie werd verplaatst.

    De 7de mei 1291 stond Nicolaas IV een aflaat toe aan zij die de kerk bezocht hadden op de feestdagen van de Madonna, San Franciscus, San Antonius en de verjaardag van de inzegening.

    Tussen het einde van de 13de eeuw en het begin van de volgende eeuw begon de bouw van de nieuwe kerk , waarin in 1310 met veel eer de GelukzaligeVentura begraven werd , die lang in een kluizenaarshut in Pissignano leefde, en wiens faam van heiligheid en eerbied bij de mensen ervoor zorgde dat de originele benaming van S. Maria veranderde in deze van GelukzaligeVentura (15)

    In 1354 begonnen de uitbreidingswerken. De Gemeente gebood aan alle inwoners een hoeveelheid brandhout aan te brengen om de kalk voor de uitbreiding van de kerk van B. Ventura, quae noviter aedificatur aan te maken , en in 1358 verplichtte het alle inwoners van de wijk Matigge, die lastdieren actas ad salmam portandam,hadden, ieder een hoeveelheid stenen te transporteren binnen een periode van 10 dagen en uit te houwen uit de groeve van de Colle di Paterno. (16)

    Tijdens de periode van de Comune, werd de volksvergadering, wanneer het door het slechte weer niet mogelijk was op de Piazza, geconvoceerd in de kerk, en er samengeroepen om met zijn 600 à 700 over belangrijke zaken te spreken en met opgeheven hand te stemmen om tot een oplossing te komen = “arenga” per “risolvere affari di grande importanza intervenendovi circa 600, 700 persone alla volta, che davano il loro pare invece del voto, con l’alzar le mani, osservandosi in tal modo se la sua maggior parte l’avesse alzate per averne la risoluzione” . (17)

    De Comune aanvaardde gedurende een bepaalde tijd de kosten van de prediker“in tempo di quadragesima” in de Vastentijd (18)

    De kerk werd in de loop van de 16de eeuw verder gerestaureerd en in 1777 werd de vloer in baksteen opnieuw gelegd.(19)

    Op 27 november 1859 werd naar de kerk de Pia Unione di San Giuseppe (opgericht door Don Ludovico Pieri) overgebracht, die er nadien het eigendom van verwierf en aan wie wij de restauratie van het begin van de 20

    ste

    eeuw te danken hebben. Een steen herinnert aan dit evenement “IL GIORNO 11 SETTEMBRE 1910 QUESTA CHIESA RIDOTTA AL SUO CLASSICO STILE / PER OPERA DELLA CONFRATERNITA DI SAN GIUSEPPE / E BENEMERITI CITTADINI / VENIVA RIAPERTA SOLENNEMENTE AL CULTO PONTIFICANDO S.ECC. L’ ARCIVESCOVO SERAFINI / ASSISTITO DA S. EM. IL CARDINAL LORENZELLI / DAL PONTIFICIO COLLEGIO BOEMO / CON MUSICA ESEGUITA DALLA SCHOLA CANTORUM DEGLI ALLIEVI SALESIANI”. Twaalf jaar later, in 1922 werd de kerk opgeëist door de gemeente voor drie jaar als graanmagazijn

    ” requisita dal Comune per tre anni ed adibita a magazzino del grano”.

    (20) In 1970 werd het dak gereconstrueerd en onderging het enkele onderhoudswerken. Heropend in 1985 werd het niet alleen een cultusplaats maar ook een ruimte voor tentoonstellingen en culturele manifestaties.

    BESCHRIJVING

    21) Henry Thode, Francesco d’Assisi e le origini del Rinascimento in Italia, a cura di Luciano Bellosi, Roma 1993, pp. 259-260, 505; AA.VV. Francesco d’Assisi, Chiese e Conventi, Milano 1982, pp. 136-138. S. Nessi, Trevi e dintorni…, p.26.

    22) Zenobi ricostruisce la data in MCCCC. La lunetta del Portale è stata attribuita dal Todini al Maestro dell’Abside destra di San Francesco a Montefalco come le Storie di sant’Onofrio nella parte destra della chiesa e San Michele Arcangelo nella controfacciata. Filippo Todini, La pittura Umbra dal Duecento al primo Cinquecento, Milano 1989, p. 104.
    23) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 182.

    24) C. Zenobi, Storia di Trevi, p. 226.

    25) C. Zenobi, Storia di Trevi, pp. 34,315.

    26) Le Storie della Vita della Madonna dell’abside sono da attribuire, secondo il Todini, al Maestro di Trevi, «attivo in area folignate intorno alla meta del XIV secolo». Dello stesso Maestro sono anche gli affreschi delle cappelle laterali. F. Todini, La pittura umbra…, p. 200.

    27) Rosalind Brooke, Cristopher Brooke, La religione popolare nell’europa medioevale, Bologna 1989, p. 40.

    28) La croce dipinta su tavola sagomata è opera, per il Todini, del Maestro del Dittico Poldi Pezzoli. F. Todini, La pittura umbra…, p.129. F. Todini, La pittura in Italia-Il Duecento e il Trecento in Umbria e il Cantiere di Assisi, in La pittura in Italia – Il Duecento e il Trecento, tomo II, Milano 1986, p. 405, 601, 614; Francesco Rossi, Per l’iconografia di san Nicola di Tolentino: un Dossale spoletino in Vaticano, in “Arte e spiritualità nell’ordine agostiniano e il Convento di san Nicola a Tolentino“, Tolentino 1994, pp. 93-99.

    29) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 180; Silvestro Nessi, Dall’Eremo al cenobio. Insediamenti inediti nel territorio di Trevi, in “Spoletium” n.33, Spoleto 1988, pp. 76-80.

    30) Mario Sanfilippo, Dentro il Medioevo, Firenze 1990, pp. 153-159.

    31) Nel nome di Cristo Amen. Nell’anno del Signore 1357, indizione X°, al tempo di Papa Innocenzo VI°, nel mese di Novembre. Questo è il sepolcro del signor Valente del signor Giacomo da Trevi e dei suoi eredi, fatto in questa sua cappella da lui costruita sotto il nome di S. Antonio. La quale sepoltura è stata fatta a perpetua memoria e testimonianza di questa cosa. E’ la prima testimonianza epigrafica della illustre famiglia Valenti. E’ da supporre che la tomba sia stata sotto il pavimento della stessa cappella.
    D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 1105.
    32) S. Nessi, Trevi e dintorni…, p.28.

    33) C. Zenobi, Storia di Trevi…, p.201

    34) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 178-179.

    35) Ad Avanzino Nucci vanno attribuite anche le tele ai lati dell’altare con le storie di San Francesco, (la visione dei Troni e la liberazione del carcerato, San Diego e il Beato Ventura) L. Barroero, V. Casale,
    G.Falcidia, F. Pansecchi, G. Sapori, B. Toscano, Pittura del Seicento,Ricerche in Umbria, Perugia 1989, p. 225.

    36) Montefalco, Arch. Not., Rogito not. Di Pompeo di Ser Nicola, 22 Sett.1509.

    37) Relazione storico-artistica sull’organo cinquecentesco della Chiesa di San Francesco in Trevi, di Oscar Mischiati e Wijnand Van de Pol.

    38) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 179-180.

    39) Oscar Mischiati e Wjinand Van de Pol, Relazione storico-artistica.

    40) Carlo Roberto Petrini, L’Organo di San Francesco a Trevi, in “Spoletium”nr.36-37, Spoleto 1992, p. 109.

    41) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 177. Mariano Guardabassi, Indice-guida dei monumenti pagani e cristiani…nella provincia dell’Umbria, Perugia 1872, p. 344.

    42) Ancora l’immagine del B. Urbano V, il primo papa tornato a Roma dopo l’esilio avignonese. Egli viene raffigurato in trono con le Reliquie delle teste dei SS. Pietro e Paolo, da lui rinvenute.
    43) Pittore che fa parte di quella interessante corrente manieristica, ruvida ed istintiva, che si diffuse nella Valnerina per tutto il ‘500 e gli inizi del ‘600. Fabio Angelucci, ativo dal 1568 al 1603, lo troviamo operoso a Trevi fin dal 1568 per decorare la cappella municipale di S. Maria ora andata perduta, ed alcune cappelle sepolcrali dei Valenti, tra cui quelle di sant’Ubaldo, con le sue storie e l’Annunciazione, nella Chiesa rinascimentale della Madonna delle lacrime in Trevi.

    44) Luigi Fausti, Don Pietro Bonilli, Spoleto 1936. Ildefonso Schuster, Profilo storico del B. Placido Riccardi O.S.B., Milano 1954. Ottorino Pietro Alberti, Don Ludovico Pieri, Spoleto 1987, pp. 26-79.

    45) F. Todini, La pittura umbra…, p.104.

    46) C. Zenobi, Storia di Trevi, p. 227.

    47) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c.178.

    48) L’opera è stata attribuita al Ciburri dal Nessi e «mostra una suggestione della Pentecoste di Cesare Nebbia nel Duomo di Perugia» . AA.VV., Pittura del ‘600 e ‘700, Ricerche in Umbria, 2, Treviso 1980, p. 487. D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 52. S. Nessi, Trevi e dintorni…, p. 30.

    49) S. Nessi, Trevi e dintorni…, Trevi 1979, p. 56.

    50) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 177-178.

    51) AA.VV., Il costume e l’immagine pittorica nel Seicento umbro, Firenze 1984, p. 41; AA. VV. Pittura del Seicento, Ricerche in Umbria, Perugia 1989, p.177.

    52) Sulla vita e l’opera di D. Natalucci consultare la presentazione di Carlo Zenobi alla «Historia Universale».

    De architectonische typologie is zeer eenvoudig en volgens de stijl van de bedelorden: één beuk met een dakstoel in hout, met een vijfhoekige centrale apsis geflankeerd door twee rechthoekige kapellen. De kerk van Trevi herhaalt het schema van de kerk van San Francesco van Montefalco uit het vierde decennium van de 14de eeuw. (21)

    De zuidelijke kant van de kerk, met steunen in witte en roze steen en onderbroken door halve kolommen in witte steen, bezit een ingangsportaal uit de 13de eeuw, opgebouwd met kolommenbundels, die eindigen met gebladerde kapitelen waarop twee uitstekende leeuwtjes, die zich verenigen om zo een ogief te vormen; boven de boog is het mystiek lam gebeiteld. Aan de binnenzijde van de boog is een lunet met een fresco uit het einde van de 14de eeuw met een voorstelling van de Madonna met kind, S. Franciscus, S. Clara en een gedeeltelijk tekst HOC OPUS FECIT FIERI…MCCCC. (22)

    Aan de rechterkant van het belangrijkste portaal is er een ander minder belangrijk met dezelfde architectonische motieven als de voorgaande. Om de hoek van deze muur kan men de apsis met de twee aanhorende kapellen en de campanile met twee reeksen openingen , “formato con pietre quadre” (23) die op de linker kapel steunt, zien . In de klokkentoren wordt een oude klok uit 1341 bewaard.

    De westgevel, gedeeltelijk verscholen door de voortgang van het façadeproject van het klooster, een werk van Valadier, bezit boven de rozet met kleine stralenkrans die vroeger de voorgevel van de eerste kerk versierde. Aan de muren van de rozet drie kleine dichtgemaakte rozetjes die oorspronkelijk evenals de grote rozet de façade versierden. Op de plint van het timpaan een opschrift, recentelijk vermeld en beschreven, met aan de zijde een sculptuur die paus en keizer voorstelt.

    Aan de binnenzijde wordt de enige beuk verlicht door een monofoor venster, door een groot bifoor venster in het centrum van de apsis en door de rozet, waarlang het licht bij de zonsondergang binnenkomt. Oorspronkelijk was er op rechter muur een ander monofoor venster dat werd dichtgemaakt om in 1620 het altaar van Madonna della Neve te kunnen bouwen.

    De binnenmuren van de kerk zouden bijna volledig bedekt geweest moeten zijn met fresco’s. Na een ontdekkingscampagne van de schilderingen onder de bleke laag die hen bedekte tussen het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw (24) zijn een reeks fresco’s, gedateerd tussen de 14de en 15de eeuw, op uitzondering van één in een nis aan de linkerzijde uit 1577, aan het licht gekomen.

    Opeenvolgend waren de fresco’s in meerderheid verborgen door het overplaatsen met barokaltaren uit de 17de eeuw, volgens de wens en de culturele en godsdienstige verordeningen van die tijd. Enkele altaren werden vervolgens verwijderd in 1753 voor een betere versiering van de ganse kerk “per un migliore ornato di tutta la chiesa” en in 1910, wanneer belangrijke restauratiewerken werden uitgevoerd. (25)

    Aan de voet van de apsis vinden wij een koor uit de 17de eeuw met in het centrum ervan een koorlessenaar uit dezelfde periode, afkomstig uit de kerk van S. Antonius van de Kapucijnen, nu kapel van het stedelijk kerkhof. De muren bewaren, op 8 carrés verdeeld over twee bovenstaande rijen schilderijen en fresco’s uit het midden van de 14de eeuw met verhalen uit het leven van de Madonna (26). De scenes stellen voor van bovenlinks van de tweede rij: Joachim in de tempel, boodschap aan Joachim, de ontmoeting van Joachim en Anna aan de porta Aurea en de geboorte van de Maagd. Op de eerste rij van links: Maria als kind voorgesteld in de Tempel, de verloving van de Maagd, de Boodschap en de Geboorte.

    In de lunet de vier evangelisten, van wie alleen Mattheus en Marcus overblijven. Het motief voor dergelijke afbeeldingen kan vreemd lijken in kerk van de Franciscaanse orde, waar meestal de geschiedenis van de Heilige stichter weergegeven wordt. Hier hebben de broeders, in tegendeel, hulde aan Maria gebracht, niet alleen omdat er een grote devotie voor haar was, maar vermoedelijk ook om de toewijding van de eerste kerk eraan te eren. De gewelven, verdwenen onder de ribben versierd met geometrische motieven en steunend op stenen voeten, zijn beschilderd met een sterrenhemel met bundels van geometrische versieringen. Op de sleutelstenen komen mensachtige figuren voor.

    De priesterzone wordt vanaf de hoogte verdeeld door een geschilderde houten steunbalk waarop een kruis uit het begin van de 13de eeuw met de gebruikelijke afbeeldingen van de Maagd en Johannes op de zijpanelen, de zegenende Christus bovenaan en S. Franciscus aan de voet van het kruis. (28)

    Onder de apsis bevindt zich in de normale structuur, de crypte, die in de tweede helft van de 16de eeuw omgevormd werd tot grafkamer, zoals de grafstenen in de apsisvloer getuigen.

    Op de achtermuur van de rechterkapel vinden wij twee kleine kolommen in rode steen met twee versierde kapitelen die een drielobbig kapiteel, die met grote vermoedelijkheid aan een grafmonument uit de 13-14de eeuw toebehoren.

    De vele interventies, het onderhoud en het herschilderen van de architectonische elementen, waarvan de aanbrenging van glanzende vernis, maken het onmogelijk het werk in zijn originaliteit, enig in zijn soort in de stad, te zien.

    Uit documenten blijkt dat aan de basis van de kolommen, daar waar zich vroeger het altaar bevond, in 1523 de beenderen van Beato Ventura, eremiet van Pissignano, op dat moment onderdeel van Trevi plechtig bijgezet werden “ad istanza del sig. Muzio Petroni, con solenne festa e concorso de’ populi, specialmente dal Castello di Piscignano”. (29) op verzoek van sig Muzio Petroni met een plechtig feest en optocht van het volk, vooral deze uit het Castello di Piscignano. De beenderen werden in waterdicht kasten uit cipressenhout, waarin ook het leven van de gelukzalige, geschreven door Muzio Petroni en door hem gedrukt ingesloten. De kapel droeg het wapenschild van de familie Petroni.

    In de 17de eeuw werden stucwerk en het houten beeld van de Onbevlekte Ontvangenis, steeds van dezelfde periode, toegevoegd. Op de linkermuur fresco’s uit de 14de eeuw: bovenaan S. Emiliano, onderaan de heiligen Ventura, Nicolaas en Andrea, boven het timpaan twee profeten, op de tegenoverliggende muur S. Johannes de Doper en in de vensteromlijsting een heilige. Binnen de boog de 4 evangelisten: boven de boog fresco’s uit de 14de eeuw met de heiligen Petrus en Paulus, in het midden een griffoen en in het bovenste deel een heilige minderbroeders in een landschap.

    De kapel links is vanaf het begin toegewijd aan S. Antonius van Padua (30). Op de muur achteraan is een gelijkaardig gebouw als in de rechterkapel afgebeeld, in dezelfde staat van bewaring met het heraldisch schild van de Valenti (twee zwarte strepen versierd met sterren inde vorm van het kruis van St Andreas).Aan de ingang van het gebouw bevindt zich de gedenkkroonlijst met de inscriptie in Gotische lettertekens: IN CHRISTI NOMINE AMEN. ANNO DOMINI MCCCLVII INDITIONE X TEMPORE INNOCENTI PAPAE VI DE MENSE NOVEMBRIS. ISTUD EST SEPULCRUM DOMINI VALENTIS DOMINI IACOBI DE TREBIO ET EIUS HEREDUM FACTUM IN ISTA CAPPELLA PER EUM FACTA SUB VOCABULO SANCTI ANTONII. QUE SEPULTURA FACTA EST AD PERPETUAM HUIUS REI MEMORIAM ET TESTIMONIUM . (31) De kroonlijst bevatte de basreliëfplaat met een afbeelding van de liggende Valente Valenti nu in de rechtermuur. Men weet niet wanneer de tombe afgescheiden werd, maar vermoedelijk is verplaatsing gebeurd in de periode van het inbrengen van het altaar van de Goede Jezus( XVIde eeuw),

    in welke periode de plaat in de rechtermuur werd ingemetseld en tot op heden is het een zeer eigenaardig voorbeeld van beeldhouwwerk in een beschilderde steen. Valenti is liggend afgebeeld met de rode vest van de magistraat met gouden verbindingen en bruinkleurige wetboeken. Op de bovenste delen staat het wapenschild van de familie. In dezelfde kapel verguld stucwerk en het beeld van de Padovaanse heilige uit de 18de eeuw. (32) Ter vergelijking het graf van Ottavia Attavanti en Allessandro Valenti (1576-1577), moeder en zoon, met de afbeelding in reliëf uitgehouwen.

    Op wanden met fresco’s uit de 16de eeuw heiligen afgebeeld binnen gebouwen. Zijn te bemerken van links af de Zalige Urbanus en rechts S. Catharina van Alexandrië en

    S. Antonius van Padua. Boven de boog een fragment van een fresco uit de 14de eeuw met vermoedelijk een afbeelding van S. Stefanus. Aan de zijkanten van de apsis staan op een houten sokkel de houten beelden van S. Clara en S. Franciscus, van een onbekende beeldhouwer uit de 17de eeuw.

    Op de linkermuur, boven de ingang van de oude sacristie, twee afbeeldingen van de Madonna met kind en een processiegeheel uit de 19de eeuw met het beeld van de H. Jozef. (33) Tegen de wanden banken van Umbrische makelij uit het begin van de 17de eeuw, met wapenschilden van de familie Lucarini, groen gelakt en vooraan en rugstukken in populierhout met plantenmotieven.

    Een kleine deur voert naar de actuele sacristie, waar zich een sacristiewastafel in majolica van Gualdese makelijk uit de 17de eeuw bevindt. Het bezit een luifel versierd met bloemen en vruchtenbosjes op de wijze van Della Robbia, en een bekroning in de vorm van een kelk opgeheven door engelen. De onderliggende partij in de vorm van een apsis imiteert een typisch zestiende-eeuwse schelp. Onderaan de wastafel is een deksel waarop een reliëf met geschilderd heuvellandschap met kleiner wordende cipressen, grotten en diverse constructies, vermoedelijk de weergave van de stigmata van S. Franciscus op de berg Verna. Een analoog werk bevindt zich in de kerk van S. Franciscus in Gualdo Tadino.

    Op de linkermuur van het kerkschip staat het altaar van de Stigmata van S. Franciscus. Het werd gemaakt in opdracht van Grifone Petroni op het einde van de 16de eeuw en werd “dotato con scudi 100 e l’oglio per la lampada”( met een schenking van 100 scudi en olie voor de lampen) e “donato alla Compagnia delle Terziarie Francescane”( gegeven aan de Gemeenschap van de derde Franciscaanse orde) . (34) Op de rol op de bovenzijde is geschreven: “Domine decorasti me signis Redemptionis nostrae”. Het doek binnen een lijst in polichroom stucwerk is versierd zoals het ganse altaar, het stelt S. Franciscus voor die de stigmata ontvangt. Het mag aan Avanzino Nucci. (35) toegeschreven worden.

    Op de zijden van de kroonlijst zijn, binnen de raamkozijnen, van boven naar onder afgebeeld: Het visioen van de Tronen, S. Diego en de prediking van S. Franciscus te Trevi. Aan de andere zijde de bevrijding van de gevangene, Beato Ventura en S. Franciscus die de zieken bezoekt. In de top de verheerlijking van S. Francesco. Het altaar is versierd met een voorhang in gips gedateerd 1730 die in het centrum in een rol de kelk en de hostie voorstelt.

    Voor het altaar in de vloer de grafsteen van Grifone Petrone, dokter van het Collegio Perugino, en van Francesco Parriani

    Verder tegen de muur van het schip het monumentale orgel, reeds beschouwd als een zeer eigenaardig exemplaar van dit type, dat tijdens de Renaissance definitief muurorgel“rarissimo esemplare superstite di quel tipo che nel Rinascimento veniva definito organo da muro” werd. Het instrument werd door de fraters van S. Francesco besteld bij meester Paolo Pietro di Palolo di Montefalco, zoals blijkt uit de notariële akte van 22 september 1509 van de hand van notaris Pompeo di ser Nicola di Montefalco.

    Met deze akte verbond meester Paolo Pietro er zich toe om voor Kerstmis“unum parum organorum” over te dragen aan het klooster voor de prijs van 80 florijnen, naar verhouding van 40 bolognini per florijn, bij een straf van 10 florijnen in geval van niet naleving van het contract. De zware straf zorgde ervoor dat “paio d’0rgani” ( dat wil zeggen een orgel aan de voorzijde samengesteld met hoofdpijpen en aan de achterzijde met pijpen voor de verschillende registers) voor de eerste keer klonk op Kerstmis 1509. (36)

    Het orgel werd voor de eerste keer aangepast in 1526 en vervolgens in de 18de eeuw, met de omwerking van de borst of windkast (somiere) en de toevoeging van de “menselijke stem” en van de hoorns.(37)

    De werken werden uitgevoerd door de familie Fedeli, orgelbouwers uit le Marche, en ook erg actief in Umbria.

    Tussen het einde van de 19de en het begin van 20ste eeuw werd het orgel vergroot door Rodolfo Luna, die volgens zijn stijl, toetsen, voetpedalen , blaasbalg en basgedeelte toevoegde. Het orgel werd zozeer gewaardeerd dat de Gemeente van 1528 tot 1695 het loon van de organist ten laste nam.(38)

    Trevi, Italy - Chiesa di S. Francesco - Organo antico

    Op dit ogenblik bezit het orgel 37 pijpen in 5 openingen, de centrale pijpen ervan gedraaid, en een chromatisch klavier (met halve tonen op en afgaand) van 49 toetsen, een chromatisch voetklavier van 27 pedalen, registers bediend door 6 trekknoppen, blaasbalg of windkamer (mantice a lanterne), geplaatst op het basement met twee voedingsbalgen aangedreven door pedalen met een mechanische overbrenging van een niet meer gebruikt type.

    De oudste vorm van pijpen verschijnt bij de eerste constructie, opgetekend in 1509 en “si tratta del complesso di canne più antico esistente in Umbria ed uno dei più antichi in senso assoluto” . ( het ging om het oudste geheel van pijpen, dat in Umbrie bestaat en voorzeker één van de oudsten in de absolute betekenis van het woord.)(39)

    De kast tegen de muur heeft de voorzijde in bewerkt en a tempera beschilderd hout en is verdeeld in 5 openingen: de grotere in het centrum met de tweede rij “dode” pijpen boven de andere twee kleinere geplaatst. Op de schilderijen van de kroonlijst staan S. Domenicus, S. Franciscus, aan de zijkant S. Catharina van Siëna en S. Clara. Boven de Boodschap. Op de zangerstribune zijn er 10 gedeelten met doeken op hout voorstellend vanaf de linker flank: S. Didaco, S. Clara van Assisi, S. Bonaventura da Bognoregio.

    Verder S. Antonius van Padua, S. Jozef, S. Emiliano, S. Bernardus van Siëna, S. Magdalena, S. Lucrezia, S. Catherina van Alexandrië.

    Alle schilderijen dateren uit de 17de eeuw (40)

    Aan de linkerkant bevindt zich het altaar met de Kruisiging, dat besteld werd door Pomponio en Christofaro De Angelis in 1597: de kolommen stellen verguld stucmerk met phitomorfe motieven voor. Het doek stelt de Kruisiging voor en is volgens de lokale overtuiging een goede kopie van Guido Reni. In de top de Hemel (41)

    Links van het altaar muurschilderingen uit de 14de eeuw met in het bovenste linkerdeel de afbeeldingen van Paus Urbanus V (42) en S. Catharina van Alexandrië.

    In de nis, opnieuw vrijgemaakt in 1832, een fresco uit 1577 van Fabio Angelucci da Mevale. (43) Het grote fresco stelt in het centrum de Madonna met kind op de troon voor, rechts S. Jozef en geknield S. Antonius van Padua, links de aartsengel Gabriel en S. Franciscus van Assisi. In de apsiskalot is de ontmoeting van de vrome vrouwen met Christus voorgesteld.

    Van deze voorstelling van de Nazareense familie ontstond de inspiratie voor het begin van de devotie tot de H. Familie bij de Trevaanse priester Ludovico Pieri (1829-1881), wiens stoffelijk overschot rust in het graf in de vloer. De devotie tot de H. Familie verspreidde zich van hier in gans Italië en vooral door het toedoen van don Piettro Bonilli. Dit feit wordt herdacht door de marmeren steen in de flank, waardoor we terzelfdertijd Don Pietro Bonilli en de andere Trevaanse burgers die in de 20ste eeuw werden zalig verklaard: de Franciscaan Antonino Fantosani, bisschop en martelaar en Placido Riccardi, een Benedictijnse monnik (44).

    Op de achtermuur een stenen sarcofaag uit de 4de eeuw, reeds onder het oude hoofdaltaar, die het lichaam van de Zalige Ventura bewaarde. Erboven de resten van fresco’s uit de 16de eeuw met afbeeldingen van een heilige en de aartsengel Michael binnen een gebouw.

    Links een fresco dat een altaarstuk afbeeldt uit de Folignaanse school uit de tweede helft van de 15de eeuw met Bernardus van Siëna en Heiligen; in één van de overblijvende punten, de centrale, een Kruisiging.

    Nog op de muur achteraan andere frescofragmenten uit de 14de eeuw. Herkenbaar een kerk en een prelaat en ook een gegeselde Christus.

    In het rechterdeel van de beuk fresco’s uit de 16de eeuw met de geschiedenis van San Onofrio (Verschijning van Christus, S. Onofrio in gebed, Dood van de Heilige). (45)

    In de kleine nis, gebouwd in 1873, staat het houten polychrome beeld van San Rocco uit de 17de eeuw. (46)

    Links staat het altaar toegewijd aan de H. Geest. Het werd opgericht in 1613 door Filippo Palazzi en “dotato di molti beni per una messa al giorno ed il consumo della lampada” begiftigd met vele gaven voor één mis per dag en het verbruik van de lampen. (47). Het stenen altaar is slechte toestand. Het linkerdeel is onherroepelijk verloren door de waterinsijpeling te wijten aan de breuk in een regenpijp. Een inscriptie met wapenschild op de plinten van de twee colonnes leert ons de datum van de afwerking kennen: “P. PHILIPPUS PALATIUS PHILOSOPHUS ARTIS MEDICINAE DOCTOR OPUS FIERI JUSSIT. / ASCANIUS PALATIUS FRATER EIUS HAEC RES COMPLEVIT A.D. MDCXIII” namelijk 1613. Het doek stelt ons de verschijning van de H.Geest boven de maagd Maria en de Apostelen voor,samen verenigd in het Cenakel ; onderaan links het zegel van de opdrachtgever en de tekst: “D. PHILIPPUS PALATIUS PHILOSOPHUS ET CIV. PERUSINUS”. Het doek is toegeschreven aan Simeone Ciburri (+1614), barokschilder. (48)

    Links van het altaar een marmersteen, die herinnert aan de restauratie van 1910 reeds vroeger vermeld. Vervolgens een fresco uit de 14de eeuw waarop de Madonna met kind op de troon.

    Aan de linkerkant van de hoofdingang van de kerk staat een renaissanceachtig wijwatervat met een adellijk zegel en een tekst op het voetstuk:AQUILANT . S/GIRAFERUS. Erboven een fragment van fresco uit de 15de eeuw met een afbeelding van S. Antonius van Padua. Er volgt het Fresco met de Madonna en Kind en S. Pietro di Verona, een Dominicaans martelaar, met de naam van de opdrachtgever en de gegevens: HOC OPUS FECIT FIERI LUCAS LUCARELLI MCCCC…, een fresco nochtans gedeeltelijk omlijst met stucwerk in de 17de eeuw, die enkele gelijkenissen vertoont met dezelfde artiest die het gebouw van Silvignano geschilderd heeft. (49)

    Vervolgens het altaar, toegewijd aan de Madonna della Neve, opgericht in 1620 door Allessandro Valenti, een,Trevaanse edelman, op vraag van zijn moeder Ortensia Tomassoni, om de Maagd te eren zoals te lezen valt op de omkadering onder de horizontale lijst te lezen valt: S. MARIAE AD NIVES. EX PIO LEGATO MATRIS SACELLUM HOC ALEX. VALENTIBUS DICAVIT A. D. MDCXX DIE VERO V AUGUSTI. (50)

    Het doek stelt de gekroonde Madonna, koningin van hemel en aarde voor, onderaan S. Petrus en Paulus en in het centrum de zielen van het vagevuur met een melding “Marde del DIO Extern libertair belichamende alle Fame dell’inferno…”. Het werk is van Ascensidonio Spacca genoemd il Fantino (1557-1646), schilder die de ideale voorstellen van de Reformatie actualiseerde.(51) Aan de zijkanten, aan de binnenzijde van de kroonlijst in stucwerk, fresco’s met Madonnafiguren met verschillende benamingen en Boodschap. In de top de Madonna delle Neve. Het altaar heeft een polichroom altaarstuk in gips gedateerd 1730 met de afbeelding van S. Antonius van Padua binnen een omkadering.

    Links tegen het altaar een fragment van een fresco uit de 14de eeuw. Verder een processiestuk uit de 19de eeuw met de afbeelding van de Madonna troosteres der bedrukten, twee voorbeelden van Umbrische handwerkkunst uit de 17de eeuw van de familie Lucarini.

    Links een fresco uit de laat 14de eeuw die Presentatie van Christus in de tempel voorstelt: op de zijwanden tussen twee gebouwen een Heilige en de Profetes Anna.

    Op de zijkant van de zijingang, boven het wijwatervat S. Antonius Abbate, fragment van een fresco uit de 15de eeuw.

    Tussen de grafstenen in de vloer is er deze van de lokale historicus Durastante Natalucci (1687-1772) schrijver van “Historia Universale dello Stato Temporale ed ecclesiastico di Trevi, 1745”, edita nel 1985.(52)

    HET KLOOSTER

    53) D. Natalucci, Historia … di Trevi, cc. 183-184.

    54) D. Natalucci, Historia … di Trevi, c. 184.
    AA. VV. Pittura del Seicento…, p. 225.
    AA.VV., Il costume e l’immagine…, pp. 114-115-116-117.

    55)S. Nessi, Trevi e dintorni…, p. 77.

    Aan de noordzijde van de kerk is het voormalige klooster van de Franciscanen, gesticht in de 13de eeuw, maar herbouwd vanaf de fundamenten in de jaren 1640-1650 (53)

    De architectuur van het gebouw draait rond het centrale klooster, gevormd door een portiek met pilaren met een achthoekige voet en bogen in alle orden en hogere loggia gemaakt uit bogen in alle orden met openingen

    De lunetten van het portaal zijn versierd met fresco’s die het leven van S.Franciscus van Bernardino Gagliardi da Città di Castello (1609-1660), “uno dei nomi più prestigiosi sulla ribalta della pittura umbra del suo tempo” , wiens aanwezigheid in Trevi men kan vaststellen in 1645. (54)

    De schilderwerken bevinden zich in geen goede staat van bewaring; sommigen ervan zijn volledig vernield door de aanpassingswerken, anderen zijn deels beschadigd door deur- en vensteropeningen. Sommige lunetten zijn opnieuw geschilderd in de 18de eeuw door een Trevaans schilder die ondertekent met de naam”Antonius Birretta de Trebio”.

    Beginnend met de lunetten aan de rechterzijde van de noordermuur vinden wij: Boodschap van de geboorte; geboorte; de waarschuwing van het Kruis van S. Damiano, het weigeren van bezittingen voor de bisschop van Assisi; de droom van Paus Innocentius III; in de korte gang in het gewelf de figuren van de 4 evangelisten; Honorius III keurt de regel goed; het visioen van de brandende kar: S. Franciscus predikt voor de vogeltjes; visioen voor de Troon, de prediking van S. Franciscus op het plein van Trevi; S. Franciscus geneest de blinden en de verminkten; bekoring van de heilige; het mirakel van het kind; de heilige helpt de zieken. Onderaan elke fresco loopt een bundel met versierde en monochrome engeltjes op een blauwe achtergrond en met inscripties en zegels van de opdrachtgevende families Valenti, Luzi, Salvi en Tulli. Men leest er eveneens de namen van de beroemde Conventuelen: P. Felmice Bantinelli, P. Guiseppe Centronio, guardiaan van het Trevaanse klooster,P. Sante Ruteis, provinciaal overste.

    Bernardino Gagliardi beschilderde eveneens met fresco’s de spreekkamer met in het centrum van het gewelf de extase van S. Francesco en meer bijbelse onderwerpen.

    Bij de Napoleontische overheersing werd het klooster gesloten. In 1833 verwierf Kardinaal Emanuele di Gregorio het op eigen kosten, om er het Collegio Lucarini, waarvan hij beschermheer was, er in onder te brengen.

    Het gebouw werd herbouwd door de Romeinse architect Guiseppe Valadier die

    “ op elegante manier en prachtige ontwerp (Moroni)” het toegankelijk maakte

    in slechts 18 maanden.

    Op dit moment zijn in het gebouw gehuisvest: De middelbare staatsschool genoemd naar

    Tomasso Valenti, beroemd Trevaans historicus, la Raccolta d’Arte di San Francesco en

    het Museum van de Olijfcultuur. In het nieuwe sisteem maakt de

    Kerk van S. Francesco deel uit van het Museumcomplex.

    Vertaling en Bewerking: Ludo De Graef – Antwerpen 2010

    BIBLIOGRAFIA

    A. Niccacci, Il Convento di San Martino in Trevi, ms. 1987.
    C. Zenobi, Il Monastero di Santa Chiara in Trevi, ms. 1994.
    G. Bragazzi, Trevi e dintorni, in “La Rosa dell’Umbria…“, Foligno 1864.
    M. Guardabassi, Indice-guida dei monumenti pagani e cristiani…nella provincia dell’Umbria, Perugia 1872
    G. Angelini Rota, Spoleto e il suo territorio, Spoleto 1920
    T. Valenti, Curiosità storiche trevane, Foligno 1922 A. Bonaca, Le memorie francescane di Trevi, Firenze 1926
    A. Bonaca, Religione e beneficenza in Trevi (Umbria), Foligno 1935.
    A. Bonaca, La Piaggia di Trevi, Trevi, Foligno, 1942.
    V. Casale, G. Falcidia, F. Pansecchi, B. Toscano, Pittura del ‘600 –‘700, Ricerche in Umbria, I, Treviso 1980.
    S. Nessi, Trevi e dintorni, Trevi 1979.
    V. Casale. G. Falcidia, F. Pansecchi, B. Toscano, Pittura del ‘600 -‘700, Ricerche in Umbria, II, Treviso 1980.
    AA. VV., Francesco d’Assisi, Chiese e Conventi, Milano 1982.
    G. Bertassi, Trittico, Trevi 1984.
    AA. VV., Il costume e l’immagine pittorica del ‘600 umbro, Firenze 1984. D. Natalucci, Historia Universale dello Stato Temporale ed Ecclesiastico di Trevi, 1745 a cura di Carlo Zenobi, Foligno 1985.
    AA. VV., La Pittura in Italia –il ‘200 e il ‘300, tomo secondo, Milano 1986.
    C. Zenobi, Storia di Trevi, 1746-1946, Foligno 1987.
    S. Nessi, “Dall’Eremo al Cenobio”. Insediamenti inediti nel territorio di Trevi, in Spoletium n. 33, Spoleto 1988.
    O. Pietro Alberti, Don Ludovico Pieri, Spoleto 1988.
    L. Borroero, V. Casale, G. Falcidia, F. Pansecchi, G. Sapori, B. Toscano, Pittura del ‘600, Ricerche in Umbria, Perugia 1989.
    F. Todini, La pittura umbra dal ‘200 al primo ‘500, Milano 1989.
    A. Barbini, Segui le orme, Breve itinerario turistico di Trevi, Trevi 1989.
    B. Sperandio, Trevi, in “Umbria Minore“, Milano 1990.
    S. Nessi, Trevi e dintorni, seconda edizione Trevi 1991.
    C.R. Petrini, L’organo di San Francesco a Trevi, in “Spoletium” nr.36-37, Spoleto, 1992.
    S. Ceccaroni, Il culto di San Michele Arcangelo nella religiosità medioevale del territorio spoletino, Spoleto 1993.
    H. Thode, Francesco d’Assisi e le origini dell’arte del Rinascimento in Italia, a cura di Luciano Bellosi, Roma 1993.

    Mini- guide of TREVI Nederlandse pagina’s

    096

  • Chiesa S.Leonardo

    Italiano.gif (234 byte)

    del Colle in Bovara

    Het staat op een prachtige plaats op de uiterste uitloper van de

    Colle di S. Eleuterio (Colle Basso).

    Vervallen tot een ruïne kan men alleen nog de buitenmuren zien.

    Onmiddellijk na de oorlog poogde de nieuwe eigenaar een overdreven reconstructie maar de werken werden snel opgegeven.

    Met verschrikkelijke nonchalance werd er de Transfocabine van plaatselijke elektriciteitsmaatschappij aangebouwd.

    Trevi, Italy. Bovara, ruderi della chiesa di S. Leonardo.

    Vertaling en Bewerking Ludo De Graef – Antwerpen 2010

    Ritorna alla pagina CHIESE

    107

  • Chiesa Tonda

    <%@ LANGUAGE="VBScript" %>

    TREVI – Chiesa Tonda

    Italiano.gif (234 byte)

    (Chiesa Tonda)

    De huidige opbouw is een suggestieve verwezenlijking van de 16de eeuw, met aanpassingen uit de 18de eeuw.

    Het gebouw heeft een zeshoekig plan en wanneer het niet omgeven werd door huizen was het zeer evident dat het zijn naam heeft gegeven aan de plaats “ Chiesa Tonda.”

    Van de oorspronkelijk kerk blijft allen het tweede portaal, zijingang ( Zie foto onderaan) dat de kenmerken van de Romaanse bouwkunst laat zien, aan de noordmuur over.

    Voorzeker zijn de verdwenen kenmerken van de oorspronkelijke architectuur niet de belangrijkste elementen van dit monument, maar veeleer de benaming, die expliciet verwijst naar een belangrijke weg, die op dit punt de Clitunno overstak.

    Trevi, Italy. Lapigge, voc. Chiesatonda. Chiesa di S. Maria del Ponte.
    Trevi, Italy. Lapigge, voc. Chiesatonda. Chiesa di S. Maria del Ponte. Antica porta ricostruita.

    In oude geschriften werd de brug in casu “Pons Lapideus” (= stenen brug) genoemd, die zich onderscheidde van de andere houten bruggen. Van die oude benaming is de benaming LAPIGGE afgeleid, daarna verbeterd in La Pigge en vandaar Pigge.

    Dit was de brug, die het mogelijk maakte via de oude weg, nog goed op te merken over zijn volledige afstand, de gemeente Torre di Azzano te verbinden met Trevi. (Onuitgegeven visie 1999)

    Het traject Torre di Azzano tot Clitunno is reeds volledig fotografisch geïdentificeerd door Scmeidt, maar daarna heeft de geograaf het vervolg naar Trevi niet kunnen vastleggen zodat (1965) niemand, behalve plaatselijke auteurs, dacht dat Trevi Romeins van oorsprong was.

    Het was alleen Sensi (1975) die Romeinse en geen middeleeuwse kenmerken in de primitieve omwalling van het oude kasteel vond.

    Het meer dan duizend jaar oude wegtraject werd onderbroken door de constructie van de artificiële rivierbedding van de Marroggia, maar het volk heeft steeds de oude weg gevolgd, wanneer de stroom doorwaadbaar was, niettegenstaande de nabijheid van de brug, vooral deze in de vallei.

    Vertaling en bewerking Ludo De Graef -Antwerpen 2010

    Ritorna alla pagina CHIESE

    107

  • Kerk van SanMartino (Netherland)

    Italiano.gif (234 byte)

    In een uitzonderlijke panoramische positie verschijnt ze op een heuvel op het einde van de Viale Cuffeli, een prachtige weg met bomen die in Trevi de wandelweg bij uitstek is.

    Ze werd gebouwd in de 15de eeuw in de nabijheid van de plaats waar veel vroeger de kerk van S. Martino in Pieve was.

    Trevi, Chiesa di S. Martino, Lunetta di Tiberio d'Assisi

    Boven het portaal is er in een lunet een Madonna met twee aanbiddende engelen , een werk ondertekend door Tiberio d’Assisi. Binnen zijn er nog twee andere fresco’s: Sint Maarten die zijn mantel deelt met een arme en Madonna met kind en heiligen toegeschreven aan Mezastris uit 1488 en vier olieverfschilderijen, waaronder de H. Elisabeth en getekend (Frater Lucas …1688)

    In het koor vier andere doeken met heiligen en getekend Lorenzo Guerini uit 1783

    Aan de rechtermuur zijn er twee kapellen: één toegewijd aan Sant’Antonino Fantosati, Franciscaans missionaris en bisschop vermoord in China in 1900; de andere toegewijd aan een Kruisbeeld van de familie Origo met een mooie houtsculptuur uit de late 15de eeuw

    Op het einde van de vorige eeuw kon men op het hoofdaltaar het zeer mooie Kroning van de Maagd (1522) van Spagna bewonderen, welke nu gerestaureerd te zien is in het Museo S. Franceso.

    Het aanpalende klooster werd door de Franciscanen Observanten gebouwd, aan wie de plaats afgestaan werd in 1479.

    Aan de ingang een kleine marmeren buste van S. Francesco dell’Aureli (begin 19de eeuw).

    Hert klooster is versierd met schilderijen van Spacca (einde 15de –begin 16de eeuw): De stigmata van S. Francesco en Tondi (ronde schilderijen ) van heilige Franciscanen.

    Op achtermuur van de refter een Laatste Avondmaal van dezelfde schilder uit 1601.

    Op het kloostermuurtje is een fragment van een onuitgegeven oud grafopschrift uit de 9de eeuw opnieuw gebruikt.

    Op het buitenpleintje staat de Kapel van S. Girolamo, waarvan de linkermuur bedekt is met een prachtig fresco met de Tenhemelopneming van Maria tussen engelen en heiligen en op de achtergrond een zicht op de vallei met in het centrum Foligno. Het wordt beschouwd als een meesterwerk van Giovanni Spagna uit 1512.

    Een andere fresco van Tiberio d’Assisi toont S. Emiliano en een biddende kloosterlinge.

    Uit de oude kerk van S. Martino delle Pieve komen twee kapitelen en de doopvont die heden in de kerk van S. Emiliano staan.

    Tussen de moderne absoluut originele werken is Vita Crucis in koper van Adelmo Testa.

    Trevi, Convento di S. Martino - S. Maria Assunta di Giovanni Spagna

    (Vertaling en Bewerking: Ludo De Graef -Antwerpen 2010)

    095

  • Chiesa S.Martino in Manciano (Netherland)

    Italiano.gif (234 byte)

    Op 585 m hoogte, waar olijfbomen en bos samenkomen, bevindt zich het kerkje, toegewijd aan

    S. Martino, identiek in zijn opbouw als zovelel anderen , met zijn open klokkentoren (campaniletto a vele) op de voorgevel en zijn portaal met architraaf.

    De asymmetrische voorgevel toont ons een verdere uitbreiding naar het zuiden.

    Ze is nog steeds in gebruik vooral op het feest van de patroonheilige.

    Trevi, Italy. Manciano, voc. Elceto. Chiesa di S. Martino tra gli olivi.

    S.Martino al limite del bosco

    Trevi, Italy. Manciano, voc. Elceto. Chiesa di S. Martino, facciata.

    La facciata asimmetrica

    De stoep van de deur maakt ons nieuwsgierig, half cirkelvormig is hij vermoedelijk afkomstig van een molensteen.

    Op deze hoogte hebben evenwel nooit molens gestaan, maar op tweehonderd meter voorbij de kerk, bevindt zich de verlaten groeve die nog altijd twee molenstenen, amper afgetekend, toont

    Trevi, Italy. Manciano, voc. Elceto. Antica cava di pietra per mole.

    La cava di macine abbandonata

    Tot het einde van de 50-er jaren werd dit kerkje versierd met een zeer mooi schilderij (geschilderd a tempera) uit het midden van de 13de eeuw. Gelukkigwijze verhinderde men dat het uit de streek verdween. Het is evenwel noch in Maciano, noch in Trevi, maar berust, volledig gerestaureerd in het Diocesaans Museum van Spoleto.

    Het stelt de Madonna met Kind voor en op de 4 hoeken scènes uit het passieverhaal van Christus en uit het leven van S. Martino voor.

    Spoleto, Museo diocesano. Tavola dipinta, da S. Martino di Manciano (preview).

    Vertaling en Bewerking Ludo De Graef-Antwerpen 2010

    Ritorna alla pagina CHIESE

    107

  • Chiesa S.Nicolò

    Italiano.gif (234 byte)

    Op een plaats met een zeer mooi panorama, zij het op een beperkte hoogte, is de kerk buitengewoon suggestief door de elegante architectuur, de accurate muuropbouw, en voor de interessante fresco’s die het bevat, en niet minder doordat het een antiek perkament bezit waarop de datum van inwijding vermeld wordt: 1195.

    Gerestaureerd in 1928-1929, heeft het kerkje nu verdere herstelling van het dak nodig. Waterinfiltraties via de apsiskalot (apsisbekleding) hebben de onderliggende fresco uit begin van de 16de eeuw beschadigd.

    Trevi, Italy. Matigge, Chiesa di S. Nicolò, interno.

    Interieur

    Trevi, Italy. Matigge, Chiesa di S. Nicolò, finestra della facciata.

    Bifora van de voorgevel

    Het motief van de bogen van de bifora vindt men ook in apsis van de antieke chiesa di S. Emiliano

    La Madonna con Bambino wordt gedateerd door Nessi en toegeschreven aan een schilder die reeds gekend is door de frescos in S.Chiara in Montefalco en daarom Primo Maestro di S. Chiara genoemd wordt.

    Trevi, Italy. Matigge, Chiesa di S. Nicolò, Affresco del Primo Maestro di S. Chiara.

    Fresco uit de eerste helft van de 14de eeuw

    Vertaling en bewerking Ludo De Graef -Antwerpen 2010

    Ritorna alla pagina CHIESE

    Matigge

    107

  • Chiesa S.Paolo di Coste (Netherland)

    Italiano.gif (234 byte)
    Trevi, Coste. Chiesa di S. Paolo

    Kleine kerk die haar naam geeft aan de weinig woonhuizen op de heuvel ten oosten van Trevi, Coste di San Paolo o Coste San Paolo genoemd en ook het laatste dorpje, met een prachtig uitzicht over Trevi en vallei, gelegen op de weg naar de pas (1291m hoog) via Pettino ( 1074 m)

    Het is gebouwd met metselwerk van kleine steen met een tongewelf en een open klokkentoren op de gevel.

    Het werd gerestaureerd in 1970 volgens een gedenkplaat binnenin op wens van D. Bernardo Giacometti, afkomstig uit Coste, op dat moment parochiepriester van Bovara.

    Trevi, Coste. Chiesa di S. Paolo, facciata

    Het overvloedig stucwerk in cement geven aan het gebouw een onnatuurlijke grijze, een beetje triestige toon.

    Herstellingswerken aan het dak zijn absoluut noodzakelijk, ook om het een beter voorkomen te geven.

    Trevi, Coste. Chiesa di S. Paolo, finestra e campanile

    In het interieur blijft slechts één schilderij, op de rechtermuur, over uit de 15de eeuw: het werd uitgebreid gerestaureerd.

    Het stelt de Madonna met kind op de troon voor tussen S. Franciscus en S. Sebastiaan voor, met een lange inscriptie over twee regels die nu bijna volledig verdwenen is, voor.

    Zeker was er ook nog een andere afbeelding met de kerkheilige aanwezig, vermoedelijk op de altaarmuur, die aanleunde tegen de aarde en daardoor het meest door de vochtigheid beschadigd was.

    Trevi, Italy. Chiesa di S.Paolo di Coste. Madonna con Bambino tra S.Francesco e S. Sebastiano.

    In oude documenten wordt de kerk ook S. Paolo di Tergnole.1 o di Atergnole.2 genoemd en diende voor het gebruik van 20-30 families (famiglie.3), in alternatief met S. Maria di Pelano o S. Maria Vecchia.

    Trevi, Italy. Chiesa di S.Paolo di Coste. Altare

    Tutte le foto sono inedite © f.s.2006

    Bij de restauratie van 1970 werd in het stenen altaar een ander, hier rechts afgebeeld, gevonden en nu op een andere plek in de kerk opgesteld.

    Nu wordt het altaar op de linkerfoto gebruikt met een altaarblad in Traventijn boven een elegante klassieke kolom, waarvan men de oorsprong niet kent.

    Trevi, Italy. Chiesa di S.Paolo di Coste. Altare laterale

    06X

    Vertaling en Bewerking Ludo De Graef – Antwerpen 2010

    Ritorna alla pagina CHIESE

    Note

    1) Sella, Pietro, 1952, Rationes Decimarum Italiae – Umbria, Città del Vaticano, nn. 6746 e 6921

    Natalucci, Durastante, Historia … di Trevi, Todi, 1985, c.588.

    2) ibidem, cc. 912, 1167

    3) ibidem, c. 912

  • Chiesa S.Pietro a Pettine1 (Netherland)

    Italiano.gif (234 byte)

    View Larger Map

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Pietro a Pettine.

    Het is een typisch plattelandskerkje maar architectonisch de meest geëvolueerde van alle andere, voornamelijk door het open klokkentorentje (gekend als campaniletto a vela). Het kerkje staat op de helling van de Colle di S. Martino in de nabijheid van het oude tracé dat van Trevi naar de vallei in de richting van Foligno afdaalde.

    Volgens de architectonische elementen werd ze opgericht in de XIII de eeuw vermoedelijk op de ruïnes van een vorig gebouw. Natuurlijk wordt ze vermeld in de oudste lijsten .1.

    In de XIXde eeuw werd ze beroofd van haar meubilair en verkocht aan private personen (familie Ciaffoni en later aan anderen). Gebruikt als schuur werd het samen met het nabijgelegen huis verworven door de Familie Caporicci, die in het midden van de 80-er jaren het gerestaureerd heeft tot een perfect gebruik.

    Zoals vele romaanse kerkjes uit dezelfde periode in Trevi en zijn omgeving is het het meest architectonisch geëvolueerde, “ met een halfcircelvormige apsis en open klokkentoren, zoals gewoonlijk boven de voorgevel; maar de muren lijken met een oudere materie gemaakt aan de rechterkant en de deur, in tegenstelling tot de anderen, is met een architraaf.2

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Pietro a Pettine.

    Zoals alle gebouwen uit die tijd is de apsis georiënteerd naar het oosten. Het interieur bestaat uit één schip, met de zoldering ondersteund door twee ogiefbogen. Het licht komt door twee zeer smalle vensters boven de ingang en in de apsis. Twee andere kleine vensters zijn er op de zijmuren, ter hoogte van het koor.

    Op de zuidzijde is er een deur, ook met architraaf, die vroeger toegang gaf tot de sacristie , maar nu niet meer bestaat.

    Voor de opbouw werden materialen van vroegere gebouwen

    Gebruikt waaronder klassieke grafopschriften (epigrafi funerarie classiche.)

    Binnen zijn er interessante fresco’s (affreschi. )

    INTERIEUR Interno

    Questa foto ormai “storica” del 1979, opera del mai dimenticato Sandro Ceccaroni, correda la prima guida moderna di Trevi.2 .
    Gli osservatori di spalle sono L’avv. Carlo Zenobi e Franco Spellani

    Trevi, Italy. Chiesa di S. Pietro a Pettine.(1979)

    Vertaling en bewerking Ludo De Graef – Antwerpen 2010

    Ritorna alla pagina CHIESE

    107

    Note

    1)Sella, Rationes decimarum Italiae nei secoli XIII e XIV, Umbria, Città del Vaticano 1952

    2)Nessi, Silvestro – Ceccaroni, Sandro, 1979, Da Spoleto a Trevi lungo la Flaminia, Panetto e Petrelli, Spoleto, 1979, pag. 153 e successive riedizioni: Trevi, guida turistica